Zeldzaam glas-in-beton kunstwerk geplaatst in kerkgebouw

Een bouwplaats met 3 mensen in werkkleding en een paneel van beton met gekleurd glas dat tussen hen in hangt.

Op maandag 22 juli was het zo ver. De 14 panelen van het glas-in-beton kunstwerk van Johan Verheij (1906-1975) werden succesvol geplaatst in het kerkgebouw van Evangelische Gemeente Ommoord in Rotterdam. Nu de wand met het glas-in-beton kunstwerk geplaatst is heeft het gebouw van de Evangelische Gemeente Ommoord aan de Bertrand Russellplaats in Rotterdam voor het eerst een raam in de kerkzaal. Het kunstwerk moet er ook voor zorgen dat de kerk aantrekkelijker is om een kijkje binnen te nemen. Binnen is het kunstwerk goed te zien. Op de wand is de doortocht van het Israëlische volk door de Rode Zee verbeeld. Aan de linkerkant is een kolkende watermassa te zien met daarin rode koppen van paarden, gele lansen en blauwe schilden van de achtervolgers. Aan de rechterkant staat een stralende zon die verwijst naar een nieuwe toekomst.

Glas-in-betonramen zijn kenmerkend voor de wederopbouw. In Rotterdam zijn er in de jaren 50 en 60 heel wat geplaatst, maar veel werken ontkwamen niet aan de slopershamer. Daardoor zijn glas-in-betonwerken inmiddels een zeldzaamheid geworden.

Het 11 meter brede kunstwerk werd in 1964 gemaakt voor de gevel van de Vredevorstkerk in Schiebroek. In 2021 werd dat gebouw gesloopt, maar niet voordat Erfgoedvereniging Heemschut het kunstwerk weghaalde en liet opslaan. Heemschut zocht een nieuwe bestemming voor het kunstwerk en kwam via kerklid Arie van Rijn bij Evangelische Gemeente Ommoord uit. In hun kerkzaal zat namelijk geen enkel raam. Met de plaatsing van het glas-in-betonkunstwerk valt het licht nu speels en gekleurd de zaal in. De binnenkant zal nog worden voorzien van ledverlichting, zodat het kunstwerk ook aan de buitenkant goed te zien is.

Maatschappij van Welstand financierde een deel van de kosten voor het plaatsen van de wand.

AD Rotterdam maakte een artikel over het plaatsen van de nieuwe gevel. De foto hoort bij dat artikel: © Marco van der Caaij